Geschreven door Sofie uit DNA4.

Camera klaar? Acteurs ready? En… actie!

Zodra de camera loopt voel ik een soort extra druk op mijn schouders. Behalve de ogen van iedereen aan de kant, voel ik nu ook dat grote oog van de camera in mijn gezicht branden. Ben ik nu in beeld? Beweeg ik niet te snel? Sta ik niet te ver weg? Praat ik wel hard genoeg? Speel ik niet te groot? Speel ik nu juist niet te klein? Allerlei dingen waar je opeens extra op moet letten zodra er een camera voor je neus staat. En dat terwijl je tegelijkertijd ‘in het moment’ moet zijn, volg je gevoel, let niet op alles om je heen, alleen op je tegenspeler en je doel van de scène. Wat wil ik? Hoe ga ik dat bereiken? En, actie! Daar ga je dan. Toch blijven al die andere dingen onbewust in mijn hoofd afspelen. Hoe doen die filmacteurs dit? Hoe kan je nou helemaal in het moment en realistisch acteren als je ondertussen op al die andere dingen moet letten? De camera ziet alles. Maar dan ook echt àlles. Je hoeft maar één seconde aan je chocoladereep thuis in je kast te denken, en de camera heeft je betrapt: “Haha, daar geloofde ik je niet meer!”. Dat is denk ik ook de kunst van camera acteren, zorgen dat je continu in het hier en nu bent, dan blijft het in ieder geval altijd realistisch. Maar dan heb je ook nog al die technische aspecten die bij camera acteren komen kijken.

Voor velen van de klas was dit dan ook de eerste keer dat ze met een camera aan de slag gingen. We kwamen er al snel achter dat camera acteren écht een vak apart is. Qua essentie is theater en film natuurlijk hetzelfde: acteren, spelen, jezelf verdrinken in een personage. Maar qua techniek is het totaal anders.

Gelukkig hadden we daarvoor Rian! Wat een gezellige en inspirerende vrouw is dat! Toen we binnen kwamen merkte ik dat ze al gelijk een soort rust en gezelligheid in de groep meebracht. Dat was fijn, iedereen was al zenuwachtig genoeg voor die opnames. Ze vertelde veel over hoe het er op een set aan toe gaat. “Stel veel vragen, weet wat de regisseur van je wil. Vraag ook altijd wat je kader is voor je een scène in gaat. Wat is je shot? Hoeveel ruimte heb je om te bewegen?”. Dat soort dingen zijn natuurlijk handig om te weten voor je een opname instapt. “Zorg dat de camera je altijd kan zien, dat je je een beetje naar de camera toe draait.”

Toen gingen we in groepjes aan onze scènes werken. Rian kwam ook nog één voor één bij ons langs om tips en regieaanwijzingen te geven. Toen begonnen de opnames. Iedere scène werd twee keer opgenomen, de tweede keer met regieaanwijzingen. Op een podium heb je natuurlijk vrijheid en bewegingsruimte. Voor een camera niet, daar staat alles vast. Elke beweging moet vast staan en je moet die ook heel goed onthouden want anders zijn die bewegingen in de verschillende shots niet hetzelfde. Dat is een uitdaging, maar heel leuk om die uitdaging aan te gaan. Je krijgt regieaanwijzingen, technische dingen waar je rekening mee moet houden, je voelt de ogen weer branden, camera begint te lopen, en dan moet je dat allemaal loslaten. “Vergeet alles wat ik net heb gezegd, onbewust zal je het toch wel onthouden.”

Ik zag het meeste op tegen het terugkijken van de scènes. Hoewel ik het al wel vaker heb gedaan, blijft het verschrikkelijk om je eigen hoofd terug te zien. Iedereen wordt veel te kritisch op zichzelf. “Daar zat ik er niet meer in. Dat was zo ongeloofwaardig. Iel is dat mijn stem? Waarom kijk ik zo chagrijnig?”. Maar eigenlijk viel het wel mee. Best fijn om jezelf een keer terug te kijken. Zo leuk om de verschillen tussen de eerste en tweede take te zien. Wat een paar regieaanwijzingen wel niet met een scène kunnen doen. Vaak als ik zonder camera een scène heb gespeeld denk ik daarna: Fuck, wat heb ik in hemelsnaam net gedaan? En dan krijg je feedback, en dat neem je dan maar aan. Af en toe herken je wel waar ze het over hebben, maar vaak had je zelf niet eens door dat je dat deed. Maar nu kan je met je eigen ogen zien wat je net hebt gedaan en waar die docenten het over hebben. Het blijft confronterend, maar stiekem ook heel leuk en leerzaam.

In de middag gingen we nog verder werken met de personages uit onze scènes. Door middel van improvisaties en oefeningen dook iedereen in zijn of haar personage. “Hoe zou je personage zich voelen als je ontzettend blij bent? Of juist heel verdrietig? Kwaad? Teleurgesteld? Loop rond door de ruimte. Ga nu langzaam als jouw personage lopen. Hoe loopt diegene? Waar denkt diegene aan? Hoe voel je je?” Op die manier had ik echt het gevoel dat ik mijn personage beter leerde kennen. Toen we daarna een speech voor de koning vanuit ons personage moesten schrijven, ging dat dan ook veel makkelijker. Ook die speeches werden opgenomen.

Aan het einde van de dag hadden we samen met Rian de les nog even goed afgesloten met een borrel en gezelligheid. Een perfect einde voor een leerzame, confronterende en fijne les.