Blogs

“Teksten ‘normaal’ zeggen blijkt dan al een veel grotere uitdaging dan gedacht.”

Geschreven door Sarah uit DNA3

We gaan camera-acteren… Om heel eerlijk te zijn, niet een onderdeel van de opleiding waar ik ontzettend warm voor loop. Los van het feit dat mijn hart vooral bij het theater ligt, heb ik ook het gevoel dat ik qua ervaring wat achterloop (niet heel gek als je in een groep zit met mensen die in films en series spelen). En de weinige keren dat ik voor een camera heb gestaan, was het commentaar altijd hetzelfde. “Niet zo groot!” Nee, de camera en ik, dat zijn geen vriendjes.

Misschien is het daarom juist zo leuk om Korneel enthousiast te horen vertellen over hoe hij camera-acteren ervaart, wat hij er zo geweldig aan vindt, en aan wat voor films en series hij meegewerkt heeft. Tijdens het begin van de eerste les, waarbij we met z’n allen aan tafel de scènes doorlezen, worden de tips en feedback afgewisseld met die verhalen. En misschien is het zijn enthousiasme dat aanstekelijk werkt, maar tegen de tijd dat we de daadwerkelijk scènes gaan spelen is mijn tegenzin al voor een groot gedeelte verdwenen. Langzaam maar zeker begin ik in te zien dat camera-acteren misschien wel bevrijdend kan zijn. Je hoeft namelijk niet de laatste rij te halen qua fysiek spel en volume. Korneels aanpak lijkt veel meer no-nonsense: geloof in de situatie, en spreek en speel dan zo ‘normaal’ mogelijk. Teksten ‘normaal’ zeggen blijkt dan al een veel grotere uitdaging dan gedacht.

De tweede les beginnen we met het terugkijken van enkele scènes die de vorige les gefilmd zijn. Enorm ongemakkelijk (vind ik), maar ook enorm leerzaam. Want wat ziet alles er opeens anders uit als je er een camera op zet. Alles lijkt groter: de afstand tussen mensen, de reacties, de bewegingen, de mimiek. Daarna gaan we de scènes nog een keer spelen, maar nu met de camera veel closer op een van de spelers. Het is fascinerend om te een scène en mijn medespelers te zien veranderen en groeien door de scène terug te kijken, van Korneel feedback te krijgen, en de scène nog een keer te herhalen. Korneel weet moeiteloos (of zo lijkt het in ieder geval) aan te wijzen wat iemand deed waardoor de scène een bepaalde richting op ging, en hij geeft suggesties over hoe dit eventueel anders kan. Hierdoor worden scènes die in eerste instantie grappig waren, opeens serieus, en teksten of acties die eerst niet leken te werken, vallen nu op z’n plaats.

Tegen de tijd dat ik zelf, als een van de laatste, aan de beurt ben is iedereen al goed gaar. Maar het is een bewijs van de toewijding van de groep én het enthousiasme van Korneel dat iedereen aandachtig blijft kijken en meedenken over wat ze van je gezien hebben. Ik geef toe, mezelf terugzien (zeker van zo dichtbij) vind ik nog steeds vreselijk, maar door er juist wat meer analytisch naar te kijken wordt het (bijna) leuk.

Hoewel ik er dus in eerste instantie tegenop zag, is het camera-acteren me alles meegevallen. Of ik nu helemaal om ben, dat weet ik nog niet, maar ik ga in ieder geval met een stuk minder schroom voor een camera staan.